Fietsenaar....ergens

Zambia Blues

Uit een bar dreunt de zware eentonige beat op een swingende Afrikaanse melodie, gezongen door vervormde stemmen uit een stel speakers van het formaat koelkast. Ernaast zit een stel mannen lurkend aan literpakken Shake Shake. Bier durven ze het te noemen. De ingrediënten maïs, melkzuur, 6% alcohol en nog wat zouden in die richting kunnen duiden. De oogst is binnen, men heeft geld verdiend met de opbrengst en wat kan je beter doen dan feest vieren. Shake Shake is de goedkoopste manier om dronken te kunnen worden. Volgens Rianna, een Peace Corpsmedewerker uit de VS die in een van de dorpjes Engelse les geeft, heeft het spul de nasmaak van kots wanneer je net hebt overgegeven. Ik geloof haar, het spul ruikt zuur en ik waag me er daarom maar niet aan.

In het naastgelegen etablissement bestel ik een Fanta. Een van de mannen is met mij meegewaggeld en en wil een fles Castel lager. Echt bier. 'You are my friend', lalt hij, 'no problems here in Zzzambia'. 'Fffanta for my friend and a Cccastel beer for me' zegt hij tegen de serveerster. 'For him,'be because he is my ff friend,' en wijst in mijn richting.

Ik laat hen beiden weten het bier echt niet te gaan betalen. 'Ik ken deze man niet.'
'She is my sister you know, and you are my friend.'

Wanneer bij het afrekenen de serveerster mij toch het bier in rekening blijkt te hebben gebracht, eis ik het geld terug. 'But what about that man?' vraagt ze. Ik zeg haar nogmaals hem ook niet te kennen. Mokkend geeft ze mij het geld terug en ik laat de twee ruziemakend achter. 

In het restaurant eet in Nshima met groenten en kip. Een man naast mij aan het tafeltje prijst mij moed om hier te komen. 'Vrijwel alle toeristen eten in de luxe onderkomens in Lusaka, hier zie je ze nooit. In het dorp komen eten is het echte reizen,' vindt hij. 'En Nshima, dat is het echte Zambiaanse eten!' Griesmeelpudding zou ik het willen noemen maar dan zonder suiker en het vult goed. 

Buiten kijk ik vertwijfeld om mij heen, de diepe zwarte nacht in naar de hemel waar de sterren schijnen in hoeveelheden zoals ik zelden eerder gezien heb. Naast mij staat David. Hij was er er opeens. Hij vertelt uit Chapita, de 180 km oostelijker gelegen stad, hiernaartoe te zijn gekomen. Zijn vader en moeder zijn dood en hij heeft geen werk meer. Hier is men met de wegenbouw bezig. Het is zijn hoop om werk te kunnen vinden als chauffeur of mecanicien. Hij vertelt me over zijn land en over de problemen die er zijn. Over de lege stuwmeren, de stroomuitval vanwege de elektriciteitstekorten, de eindeloze houtkap en de klimaatverandering. Over werkeloosheid, malaria en aids. Dit dorp is hem onbekend, hij kent er helemaal niemand en zijn geld is op. Ook onderdak zit er vannacht niet in. Het Guesthouse laat hem zonder geld niet toe. Ik vertel hem Zambia geweldig te vinden en wring mij in allerlei hypocriete bochten om het gesprek nog enige vrolijkheid te geven en zijn problemen niet tot de mijne te maken. Jullie hebben een geweldige democratie, met netjes elke vier jaar verkiezingen, een onafhankelijke rechterlijke macht en een heerlijk klimaat waarbij je 's avonds zonder jas op straat kunt lopen. En ook zo veilig, geen vlieg die je hier kwaad doet. 'Mijn land is helemaal niet zo goed als je denkt hoor,' lieg ik. Het is het paradijs niet, de regering zal jou nooit toe laten. Er zitten racisten in het parlement en in de Middellandse Zee verzuipen de vluchtelingen in enorme aantallen zonder dat men er wat aan doet. Maar wat kan hij met deze informatie, 180 km is voor hem al ver. Europa is een utopie die net zoiets is als reizen naar een van die stralende sterren. 'Ja, we zijn een christelijk land, de mensen zijn goed hier', vervolgt David zijn treurige betoog. We zijn alleen zo arm. Een vrachtwagen start zijn motor, twee mannen schudden elkaar de hand en de muziek komt opeens abrupt tot stilstand. Ik heb de hele dag nog helemaal niets gegeten, heb jij misschien wat voor me, zegt hij verlegen,' na enige tijd. Ik neem hem mee naar een van de vele patatbakkers op straat, die naast rokende vuren aardappels schillen, in reepjes snijden en in zwarte olie gaarbakken bij het licht van batterijlampen. Het Traveller's Point vind hij echter een betere plek. Eerder vanmiddag was ik er al even. Bij de verkoopster met de guitige haardos en de vrolijke pretoogjes. Het doet mij deugt haar weer te zien. Treurig sjokt de jongen de nacht in en peutert met een lucifer de laatste resten friet tussen zijn tanden vandaan. Een nacht vol vragen en onzekerheden treedt hem tegemoet.

Reacties

Reacties

Annie Wagenaar

Ja, een beetje treurig verhaal. Het kijken naar die sterrenhemel zou mij treurig stemmen. Ongrijpbaar. Mooi verhaal overigens.

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!