Fietsenaar....ergens

De gang naar Rusland

Pestgedrag aan de grens in Oekraïne


Een klootzak is het! Een zielenpoot, iemand die in een oorlog als domme meeloper op commando de meest gruwelijke misdaden zou kunnen plegen. Gepest op school waarschijnlijk, vroeger door zijn klasgenoten. De etters! In twee rijen stonden ze langs de kant van de gang. De eerste gaf hem een duw naar links, de lachende groepsgenoot aan de ander kant gaf hem weer een duw terug naar rechts, waarna nummer drie, opnieuw gierend van de pret, de volgende vernederende douw gaf. Tot hij struikelend en kruipend, jankend het einde van de gang bereikt had. Ja, zo stel ik het me voor, zoals ik hem daar zie staan op z'n legerkisten, een hand in de zak, in de andere een sigaret, starend in het niets. 


Daarnet kwam ik hem voor de eerste maal tegen, vijf kilometer voor de grens met Rusland. Hij deed zijn boodschappen bij het plaatselijke winkeltje annex café, op zijn rammelende fiets met veel te zachte banden. Van het laatste muntgeld kocht ik een kop thee, hij een brood, sigaretten en en stuk worst. Zwijgend staarde hij me aan. Het opschrift 'Border Guard', op zijn camouflagepak had kunnen duiden op het spreken van een paar woorden Engels. Niets bleek minder waar. Ontkennend schudde hij zijn hoofd en zei niets, helemaal niets. 


Het was als een duveltje uit een doosje, een kilometer verderop stond hij opeens weer voor me. Zijn fiets had hij verruild voor een oude blauwe Lada die hij met slippende banden in het gruis van de berm tot stilstand liet komen. “Problems?” vroeg ik. Maar vragen beantwoorden behoorde niet tot zijn opdracht. “Pasport,” was het enkele woord dat hij over zijn lippen wist te brengen. Ik overhandigde hem mijn document. Moeizaam schreef hij de details in een boekje met het opschrift 'diary'. Na het voeren van een kort telefoongesprek met naar alle waarschijnlijkheid zijn meerdere, gebaarde hij me door te rijden. 


Natuurlijk had ik vooraf op internet kunnen zoeken. Dan had ik vast geweten dat het niet mogelijk is om hier de grens over te gaan. Oekraïne staat bekend als een land waar starre regels en bureaucratie de vooruitgang in de weg staan. Ik heb het eerder aan den lijve ondervonden. Vijf jaar geleden was het dat ik voor twintig meter moest liften om vanuit Polen het land binnen te mogen. Op de fiets passeren mocht niet, lopend ook niet. Maar samen met mijn fiets in een auto, dat mocht wel. Daarbovenop kreeg ik niet meer dan vijf dagen de tijd om het land weer te verlaten, enkel en alleen omdat ik vertelde naar het even verderop gelegen Roemenië op weg te zijn. Na vier dagen fietsen koos ik ook nog eens een verkeerde grenspost uit, net zoals nu, alleen bestemd voor locals. Ik had dus beter kunnen weten, toch heb ik het niet gedaan. Vijf jaar en een Europees kampioenschap voetbal moeten toch wel voor veranderingen hebben gezorgd? En daarbij, de weg rechtstreeks naar Bryansk stond mij niet aan. Daar rijdt het vrachtverkeer van en naar Kiev. Deze zestig kilometer westelijker gelegen overgang biedt me de mogelijkheid dit te ontwijken. Klein zag de grenspost er op de kaart niet uit, het is een hoofdverkeersweg die ernaartoe leidt vanuit een stad, niet vanuit een dorp zoals vijf jaar geleden. Ondanks dat hield ik ergens in mijn achterhoofd er wel rekening mee dat ik er misschien niet over zou mogen. Met het idee dat een kleine omweg geen straf is, ging ik er op af. De nieuwsgierigheid, om mee te maken hoe grenswachten tegenwoordig te werk gaan in dit land, maakt onderdeel uit van mijn manier van reizen. Op de fiets voel ik me vrij en heeft er zich een zekere mate van anarchie van mij meester gemaakt. Ik wil hier de grens over en ga mij maar eens vertellen waarom dat niet mag! Een kleine grensovergang is het ook inderdaad niet, mijn inschatting was zo slecht nog niet. Alle voorzieningen zijn aanwezig. Een kantoor met loketten onder een afdak, computerapparatuur en ijsberende beambten. Een stereotype grenspost. Toch mogen er enkel Oekraïners en Russen passeren. 


Hier bij de grens trof ik hem voor de derde maal. Zijn collega, gestoken in een blauw uniform en platte pet controleerde opnieuw mijn paspoort en maakte duidelijk dat ik niet mocht passeren. “Hij stuurde me door”, probeerde ik nog. Maar het hielp niet. 'Border Guard' nam een haal van zijn sigaret en staarde wezenloos voor zich uit. Zes kilometer terug rijden en dan de weg linksaf slaan, dat zou de de enige optie zijn. 


Het verkeer was rustig, slechts af en toe passeerde er een auto. Tot mijn verrassing trof ik bij de afslag 'Border Guard' voor de vierde keer. Opnieuw in zijn donkerblauwe Lada. Terug, gebaarde hij. Documenten, dat is alles wat ik op kon maken uit zijn schaarse woorden. Men had een en ander geregeld om alsnog de grens te kunnen passeren? Hoopvol keerde ik om. Ik had geen smeergeld betaald. Was men tot inkeer gekomen? 


Het is een andere platte pet die me meeneemt naar het kantoor en me gebaart te gaan zitten. Uit de instructies die hij zijn collega's geeft maak ik op dat het de chef moet zijn. “Sorry, bjurokratija”, zegt hij op verontschuldigende toon en biedt me een glas mineraalwater aan. “Dokumentatsija...” Zuchtend wist hij het het zweet van zijn voorhoofd en begint te schrijven. “Waakenar, Henrikoes? Wakenar...ehh, Wakenaar!” Na vijf minuten volgt formulier nummer twee, ingeleid door obscene gesticulaties die duidelijk maken dat deze, fuck-bureaucratie van boven op is gelegd en dat hij helaas, helaas, de regels moet volgen. Het zou toneelspel kunnen zijn. Wanneer hij beide formulieren ingevuld heeft duwt hij ze samen met een pen onder mijn neus. Voor een handtekening! “Dat dacht ik even niet!” bries ik. Met een diepe zucht slaat de man zijn handen wanhopig tegen het hoofd, herschikt zijn pet op zijn onberispelijk geknipte stekelhaar en pakt zijn mobiele telefoon. Een klassieke Nokia waaruit een schreeuwerig, slecht Duits sprekende stem mij toeblaft: “Je mag hier de grens niet over, dat kan alleen zestig kilometer oostelijker”. “Jou collega heeft net documenten in zitten vullen! Ik ben speciaal terug gekomen!” bijt ik hem toe. “Ik ben hier nu voor de tweede keer! Daar was twaalf kilometer fietsen voor nodig ja! Die Border Guard van jullie had me meteen al naar de afslag kunnen verwijzen, zo moeilijk is het niet om stop te zeggen en op mijn kaart de goede overgang aan te wijzen! En waarom stuurden jullie me weg en moest ik daarna weer terug komen? Alleen voor formulieren? En waarom moet ik dat tekenen?” De antwoorden op mijn vragen blijven uit.
“Geef me mijn collega terug”, blaft de Duitse stem.
“Sorry, sorry, sorry”, zegt grenschef weer wanneer hij het toestel neerlegt en duwt me nogmaals het formulier onder mijn neus met een gebaar van 'ik kan het ook niet helpen'. Bureaucratie, bureaula, archief, daarna gebeurt er niets. Dat is wat ik opmaakt uit zijn gebaren. “This is bullshit!” bijt ik hem toe. ”Da!” zegt grenschef, blij dat hij me een keer begrijpt, “fucking shit!” Scheldwoorden zijn waar dan ook ter wereld het eerste wat je leert in een vreemde taal. Met een vloek zet ik valse handtekeningen onder de documenten. Een document is voor mij. Voor in het plakboek. Wegwezen hier. Of zijn vriendelijkheid gemeend is of niet, hij zal er inderdaad niets aan kunnen doen. 


Met slechts vier Oekraïense grifna's op zak, een bedrag waar niet eens meer een brood van te kopen is en enkele hier nog waardeloze Russische roebels, zal ik opnieuw de zes kilometer terug moeten fietsen om dan af te slaan, een verwaarloosde asfaltweg in, vol met kuilen. Weg van hier, weg van de militaire discipline en bureaucratie. Op naar de volgende idioten die hopelijk wel mee mogen werken. 


Buiten staat 'Border Guard' nog steeds naast zijn Lada, zuigend aan zijn zoveelste sigaret. Misselijk mannetje dat je bent, jij vuile smeerlap, jij, jij... Ik zou het hem willen toebijten. Maar door zijn stoïcijnse houding en gebrek aan zelfs het eenvoudigste Engels, krijg je het idee zinloos tegen een muur te praten. Wat zal zijn vrouw vanavond zeggen als hij thuiskomt? Lekker gewerkt schat? Een leuke dag gehad vandaag? Zuchtend zal hij zijn legerschoenen uitschoppen, de laatste sigaret uit zijn vanmiddag gekochte pakje opsteken en grommen dat het allemaal net als alle andere dagen was geweest. En o ja, die fietser, een of andere gek uit Nederland die naar Rusland wilde, ja die was er vandaag geweest... waarna hij zwijgzaam de knop van de televisie zal indrukken. En in een flits komt de herinnering aan zijn schooltijd weer boven. De lange gang, zijn klasgenoten en hij, die jankend van ellende zijn boeken van de grond raapt. Maar dat was vroeger, tegenwoordig hoort hij er gelukkig bij en levert goed werk af. Tjonge, wat was hij alert vandaag. Op commando voert hij zijn orders uit. Lachen is er niet bij, plezier heeft hij nooit gekend. Maar gelukkig heeft hij macht. En macht is zó mooi!


Bovenstaande verhaal staat in verkorte vorm in het tijdschrift De Wereldfietser / De Vakantiefietser nummer 1-2014 onder de titel 'Border Guard'


 


Wil je nog meer van dit soort reisverhalen lezen? Voor € 15,00 kom je in het bezit van Wegwerkzaamheden - Stof voor thuisblijvers





0 reacties | reageer

Verval

Ooit stond mijn Weesper stadsgenoot Midas Dekkers in een van zijn televisieprogramma's voor een imposante stoomlocomotief die ergens ver weg op een spoor was achtergelaten. Net zoals alles zou ook dit kolos ooit tot stof vergaan zijn, zei hij. Weg, niets blijft er van over.


Dit is de eerste gedachte die mij te binnen schiet nu ik een ander kolos in het vizier krijg. Een betonnen flat van 18 verdiepingen hoog, dat aan het uiterlijk te zien nog in de Sovjettijd gebouwd zou moeten zijn. Aan de buitenkant is het verval goed te zien als je op details gaat letten. Stukken beton van de balkons ontbreken en bij de ingang is de helft van het tegelwerk verdwenen. De nieuwsgierigheid dwingt me om binnen een kijkje nemen door er een kamer te betrekken.


De centrale hal is verlicht met slechts de hoogstnoodzakelijke lampen. De receptiedame zit verscholen achter een glazen scherm. Met een gezicht waar het chagrijn ingegroefd staat om er nooit meer uit te verdwijnen, haar kort geknipte haar en een vadsig postuur is ze het tegenbeeld van de jonge meiden die in strakke spijkerbroeken op hoge hakken vrolijk lachend door de straten huppelen. Met een diepe zucht en een blik die weinig medewerking belooft, schrijft ze de prijs voor de overnachting op een papiertje en duwt dit onder het glas door. In een imposant hotel, mooi of lelijk, hoor je niet als een halve zwerver binnen te komen en al helemaal niet op een fiets. Hotels zijn voor mensen met auto's. Een lange broek en een fris gestreken overhemd is daarnaast wel het minste waarmee je binnen kunt komen. Ik laat me er niet door van de wijs brengen. Twee tientjes verlenen mij uiteindelijk toegang.


Twee van de vier liften doen het nog, de andere twee zijn kapot of buiten gebruik. Een ervan brengt mij schuddend naar de dertiende verdieping. Met een ferme klik springen de knopjes terug uit het paneel na het bereiken van ale bestemmingen. Elektromechanica uit de jaren zeventig dat het nog steeds doet. Piepend schuiven de deuren open. Er openbaart zich een gang die bekleed is met grijs bobbelend zeil en een versleten loper met omkrullende randen. De lang geleden zachtgroen gesausde wanden van de gangen bevatten panelen waar verroeste half lekkende rioleringsbuizen achter schuil gaan. Op enkele plaatsen liggen lappen op de grond rond emmers om de lekkage van een van de bovengelegen badkamers op te vangen. Ook op andere plaatsen hebben lekkages delen van het plafond weggevreten. De inrichting van de kamer valt nog mee, men heeft het een en ander vernieuwd. Als de kamers net zo geweest zouden zijn als de rest, zou er niemand meer komen. De badkamer is betegeld met fris gedecoreerd tegelwerk, de kozijnen zijn vernieuwd en de handdoeken hebben dezelfde kleur als het tapijt. Een Samsung koelkast oogt nog het nieuwst. De Wifi-verbindingen die op mijn laptop zichtbaar zijn komen van elders. Nee internet hoort hier nou net nog niet thuis, had ik anders kunnen verwachten? In de plaats daarvan staat er een rode telefoon met draaischijf, een echt museumstuk die na het opnemen van de hoorn en na een hoop gekraak, een echte ouderwetse zoemtoon laat horen.


Wanneer ik 's morgens met twee van de vijf tassen naar buiten stap, blaft geheel in stijl op commanderende toon, een in werkjas gestoken vrouw dat ik direct de sleutel bij haar dien in te leveren. Ze is nog dikker en lelijker is dan de receptiedame. Nee mevrouw, nog even geduld, ik heb nog drie tassen! De val van het communisme lijkt, jaren nadien, aan sommigen voorbij te zijn gegaan. Het is alsof de tijd voor hen heeft stil gestaan zonder dat ze in de gaten hebben dat deze wel degelijk heeft doorgetikt en er andere mechanismen in werking zijn getreden.


En toch, hoe treurig dit betonnen monster ook zijn mag, ik vind het behalve amusant ook mooi! Over slechts enkele decennia loop ook ik waarschijnlijk strompelend achter een rollator om even later als voer voor de pieren onder de grond te verdwijnen. Het hoort bij het leven. Verval is mooi! Al moet ik natuurlijk wel toegeven dat er vast veel mensen zullen zijn die liever een oude stoomlocomotief op een verlaten terrein zouden zien wegroesten.




0 reacties | reageer

Mayonaisestad

'Ach, hij lijkt wel groot en sterk maar zijn spierballen zijn gevuld met mayonaise', zei klasgenoot Henk op de lagere school wel eens om de kracht van een imposant uitziende knul van een klas hoger te relativeren. 'Ja joh, het is een slappeling, ik sla hem zo in mekaar', blufte Arie er dan bovenop. Zelf had ik niet zoveel met vechten of het recht van de sterkste, ik ging het liever uit de weg.


Het is alleen wel realiteit, elke dag. In de wereld draait het helaas maar al te vaak om het recht van de sterkste. Ook in Kiëv kan je er niet omheen al zijn er wel zijn gradaties. Daar waar de spierballen van Berlijn in economisch opzicht gevuld zijn met Mercedes, Siemens en allerhande andere kapitaalgeneratoren, lijken die van Kiev vooral gebaseerd op 'mayonaise'. Maar mayonaise of niet, imposant en indrukwekkend is de stad zeker. De breed geschouderde kolos is behangen met allerhande sieraden in de vorm van kerken met gouden daken, kloosters, monumenten, stoere hoekige gebouwen van vele verdiepingen hoog en enorme pleinen. Een echte opgeblazen machostad. Vanaf een van de bruggen over de rivier de Dnipro krijg je een ongeveer een idee hoe groot hij werkelijk is. Dat is huiveringwekkend. Ik voel me als verdwaalde mier in een veel te grote hoop. Waar moet ik heen, waar moet ik beginnen? Van een compact centrum waar alle bezienswaardigheden bij elkaar staan, is geen sprake.


Het onafhankelijkheidsplein blijkt na enig onderzoek het middelpunt. Fonteinen met een geprogrammeerd sproeiprogramma omlijsten een monument op een tientallen meters hoge zuil. Onder glazen koepels gaat een ondergronds winkelcentrum schuil. De wegen oversteken gaat als voetganger het best via een van de onderdoorgangen, want het voorbijrazende verkeer is niet bereid om ook maar even te stoppen. Dat verkeer is geheel in stijl met de stad en bestaat en in tegenstelling tot het platteland voor een aanzienlijk deel uit protserige suv's die bij ons in de volksmond al snel pooierbakken genoemd zouden worden. Het is in alle opzichten het uiterlijk dat telt. Als je ook maar een beetje geld hebt, laat je dat zien. Als welgestelde burger door middel van je auto en als regering door middel van je hoofdstad. Kiev is het visitekaartje van het land. Een land waar de wegen verder vol gaten zitten of geplaveid zijn met keien waar de stratenmakers van Pompeii, eeuwen voor het begin van onze jaartelling, misschien nog hun goedkeuring aan hadden gegeven. Je zal maar prioriteiten hebben. In sommige dorpen nemen de plaatselijke bewoners daarom zelf maar met beperkte middelen het initiatief. Met een emmer vloeibare bitumen en een takkenkwast smeert een man de randen van de gaten in, waarna een ander vanuit een zelf in elkaar geknutselde stookwagen het gat verder vult met asfalt. Erg veel beter wordt de weg er niet van: een lappendeken vol hobbels, in plaats van kuilen.


Tot op de dag van vandaag gebruik ik mijn spieren vooral om te fietsen. Tot mayonaisestad Kiev hebben ze me al gebracht en ik lach. Fietsen is hier vooral voor armoezaaiers, ach ja. Dag meneer de suv-rijder, geniet fijn van je mayonaiseauto maar pas je wel op voor een hartaanval? Ik slalom straks weer om de gaten heen als ik het langsrazende verkeer heb overleefd. Buiten de stad is op de provinciale wegen bijna geen auto te bekennen. Nee, de mensen begrijpen me hier niet maar ik geniet er wel van.




1 reactie | reageer

Bomen

Er zijn mensen die beweren dat als je tegen je kamerplanten praat, ze beter gaan groeien. Ik geloof er weinig van, ik heb met mensen vaak al moeite. Zeker hier, met het Oekraïens dat zich met zijn blokkerig Cyrillisch en onbekende klanken tot een abacadabra maakt. Dieren communiceren in ieder geval wel onderling met elkaar. Vogels roepen vanuit de bomen elkaar van alles toe en ook de honden houden 's nachts jankende conversaties. En als er weer eens voor de zoveelste keer een hond blaffend achter me aan komt, begrijp ook ik heel goed wat ie wil ga van m'n erf! En toch bekruipt me soms wel eens het gevoel dat bomen, ruisend in de wind iets te vertellen hebben. Populieren vooral. Ik heb alleen geen idee wat. Ze zouden mij met z'n allen tegelijk uit kunnen lachen. Zij staan met hun wortels vast in de grond en komen geen dag van hun plaats. Heb je wind tegen? Haha, sukkel! Wat doe je dan ook op een fiets. Blijf toch thuis! Vervelende lelijke bomen zijn het. in geheel West-Europa en waar al niet meer zijn ze als snelle groeiers de favoriet van heel veel gemeentes. Rij aan rij langs de wegen. Op keurige afstand van elkaar, allen in een eendere vorm gesnoeid om maar te voorkomen dat er takken afbreken en er ongelukken gebeuren. Op lange rechte wegen met wind tegen gaan ze tergend langzaam voorbij. Door de eentonigheid van het landschap, de rechte stammen met de hoog weggezaagde takken en dat vreselijke ruisen is het alsof je bijna stil staat. Boom na boom gaat er voorbij en het landschap verandert maar niet. Dat maakt ze zo ongeveer tot de meest onuitstaanbare bomen van het westelijk halfrond. 


In de Oekraïne overkomt me iets heel anders. Het landschap verschilt eigenlijk niet zoveel met dat van Polen. Velden met graan, maïs, aardappels en weet ik wat al niet meer, wisselen elkaar af. Natuurlijk staan er ook bomen langs de kant. Populieren niet in het minst. En toch is het anders. Het is hier mooier. Veel mooier! Maar waarom eigenlijk? Het kost me even wat tijd om het door te krijgen. De gewassen op de velden, groots en weids, wisselen elkaar af met kleinere percelen die de minder goed bedeelde boeren voor hun rekening mogen nemen. Andere velden liggen braak voor een jaar of wat. Enkel een hand vol koeien komt er zo nu en dan langs om de lekkerste kruiden eruit te eten. Zij maken de weg vrij voor de ooievaars die de muizen en mollen eruit mogen halen. En hoe anders zijn de populieren! Op onwillekeurige afstanden staan ze langs de kant van de weg. Met silhouetten als van ruwe borstels in bermen vol bloemen in wit, geel, blauw, roze en paars. Geen tak is er gesnoeid. Enkel de tijd heeft mogen knagen. Halve of hele dode takken, barsten en scheuren in de stam; stormen en onweer hebben het werk van de hoveniers overgenomen. De littekens van ingeslagen bliksem, half of heel afgebroken takken, het lijkt ze niet te deren. Vanuit de enkele boom die wel het loodje heeft gelegd, roepende kraaien elkaar toe: Kraa-kraa-kraa! Populieren in Oekraïne zijn mooi! Ieder exemplaar is anders en ieder vertelt zijn eigen verhaal. Maar... zonder dat ze kunnen praten. Dat lukt ze ook hier niet.

1 reactie | reageer

Kilometers vreten

Zo'n paar sneetjes brood met jam, wat fruit en een flinke pot thee, daar begint mijn dag doorgaans mee. Ook onderweg, alleen iets meer dan thuis. Niet zo heel spannend. 's Middags is het niet veel anders. Wat kaas, pindakaas, tomaat en banaan komen er dan nog op het menu. Maar als je opeens in een hotel zit kun je verwachten dat het wel eens wat anders zou kunnen worden. 


Bijna ongemerkt glijden de dagen voorbij. Eenmaal een paar weken onderweg wordt reizen op de fietsen een routine en is het bijna net zoiets als werken. Soms lijkt het zelfs een beetje plichtmatig, want is het nou wel zo nodig om iedere dag honderd kilometer te rijden? De reden zal zijn dat Polen tot nog toe niet erg veel verrassingen brengt. Gezapig, relaxed, lethargisch, het goede woord zal er niet tussen zitten om de mentaliteit van de gemiddelde Pool duidelijk te maken. Maar het lijkt er in ieder geval alles behalve gestressed aan toe te gaan. De velden staan vol graan, koolzaad, mais of wat al niet meer. De ooievaars kijken tevreden vanuit hun nest op de jonge moeders neer die met kinderwagens over de trotoirs paraderen. Samen met de Paus. Joelende jongens proberen bij de recreatieplassen bier met siroop drinkende meiden aan de haak te slaan. Op de vierkante pleinen krijgen de kinderen een ijsje en in de schaduw van de bomen spoelen oudere en minderbedeelde mannen de tijd weg met bier. Het midden van Polen is eerlijk gezegd wel een beetje voorspelbaar aan het worden. Dat maakt dat doorrijden zo ongeveer vanzelf gebeurt. Ondanks de soms slechte wegen, staan de honderd kilometer aan het einde van de dag bijna ongemerkt weer op de teller. Veel meer dan die eerder genoemde stapel bruine boterhammen en 's avonds een pot macaroni met veel verse groenten heb ik er niet voor nodig. 


Vandaag ben ik voor de afwisseling maar eens een hotel binnen gelopen. Op zoek gaan naar een geschikte wildkampeerplek zou minimaal nog een tien kilometer op de teller opleveren. Dat moest ik nou maar eens niet doen. Het is alles behalve duur en een dagje zonder tent doorbreekt de dagelijkse routine.


's Morgens staat het ontbijt al voor me klaar. Dapper pak ik het eerste snee brood. Dat blijkt van eergisteren te zijn maar niet getreurd, om dat te maskeren liggen er vijf dikke plakken roomboter. Een beetje aanpassen aan de gewoonten van het land hoort bij het reizen. Een bord met acht plakken vleeswaar waar ik als halve vegetariër zo even de namen niet meer van weet, dienen voor de volgende laag. Of is de bak met doperwtjessalade zwemmend in een flinke hoeveeldheid majonaise misschien toch iets gezonder? Wanneer ik de eerste sneeën heb weggewerkt serveert de vriendelijke hotelman ook nog eens een dampende warme worst ter grootte van het geslacht van een opgewonden pornoster. Met mosterd. Iets minder opgewonden, met een maag die stijf staat van de vette meuk verlaat ik het hotel. Om de energie weg te werken ben ik bang dat er aan het eind van de dag opnieuw wel weer die honderd kilometer op de teller zullen staan.

1 reactie | reageer

Bom

Gedurende de afgelopen week, hingen dag na dag de wolken dreigend zwart in de lucht zonder dat er een druppel regen uit viel. Als je dan onderweg bent naar Berlijn en Moskou is de vergelijking met de atoomdreiging van een paar decennia geleden al snel gemaakt. Met die herinneringen aan de gespannen tijd nog goed in mijn geheugen, kom ik er niet onderuit. De koude oorlog, en ook nu wil de bom maar niet barsten.


Ook bij een aantal Duitsers is de herinnering aan vroeger nog aanwezig. Of misschien is het geen herinnering maar gewoon nog steeds actualiteit. 'Atomkraft, nein Danke!” staat er zo nu en dan achterop auto's te lezen. De welbekende gele stickers die bij ons al zo'n 25 jaar geleden langzaamaan uit het straatbeeld verdwenen.' Inmiddels is het onderwerp in Nederland zelfs bij de meest linkse partij ergens naar de laatste pagina's van het programma verdwenen maar hier gebeurt wat anders: Het heeft resultaat. Windmolens draaien in grote groepen hun rondjes, menig dak is voorzien van zonnepanelen en biogasinstallaties bij boerderijen zijn ook bepaald geen zeldzaamheid.


De traditionele Duitse cultuur is tussen al deze vooruitstrevendheid met enige fantasie ook nog zichtbaar. Akkers met aardappelen voor de Kartoffelsalat, gerst voor het bier, tarwe en rogge voor het brood, maïs en bieten voor de varkens, die op hun beurt weer voor de Bratwurst bedoeld zijn. Veld na veld trekt aan mij voorbij. Het oosten doet wat dat betreft weinig onder voor het westen al lijkt het er daar na al die jaren nog wel steeds een stuk minder welvarend aan toe te gaan. Dat valt af te lezen aan de omgeving: woningen zijn soms vervallen of verveloos, iets wat elders gewoon nauwelijks voorkomt. Maar ook de horeca maakt dit duidelijk. Een kop koffie heb je al voor 80 cent en een maaltijd voor vier euro behoort ook tot de mogelijkheden.


De campingbaas in het dorpje Butzow is moe en heeft er op z'n zeventigste eigenlijk niet zo'n zin meer in. Het moet nog maar even, het leven is anders te duur voor hem. 'Het draai hier in Duitsland alleen maar om geld', moppert hij. 'Immer geld, geld geld!' Moeizaam start hij zijn maaimachine om de laatste stukken gras rondom de kinderspeelplaats tot acceptabele hoogte terug te brengen. Met pensioen gaan is nog geen optie.


Dat het allemaal om geld draait wordt in de hoofdstad Berlijn pas echt duidelijk zichtbaar. De metropool is een wereld op zich. Kolossen van glas, staal en beton steken uitdagend als fallussen de hemel in. Grote pleinen worden afgewisseld door nog grotere pleinen en het aantal dure Audi's en Mercedessen is opvallend hoog. De afgelopen jaren is er op enorme schaal gebouwd en om deze bouwwoede af te sluiten heeft de regering bedacht dat er toch ook een Holocaustmonument zou moeten komen. Hiervoor heeft men een van de vele pleinen genomen en dit geheel gevuld met honderden rechthoekige blokken beton welke de herinnering aan de waanzin van zeventig jaar geleden een plaats moet moeten zien te geven. Met al die uitspattingen van economische vooruitgang, is een zekere contemplatie wel op z'n plaats. Maar hoe treurig, het heeft zijn doel geheel gemist. Rondom rijden de toeristen in Trabanten in colonne achter een gids aan. In beslag genomen door zijn leuke speeltje, rijdt er een bijna een fietser overhoop die vloekend en tierend zijn weg vervolgd. Anderen lopen giechelend tussen de manshoge grauwe blokken door en maken er een spel van. Achter ieder blok kan een medetoerist, vriend of vriendin verschijnen. Dat wat een monument van bezinning zou moeten zijn, is in de praktijk een doolhof van een pretpark. Een bewaker in uniform, gewapend met een stapel folders, doet wanhopige pogingen de mensen van de lagere blokken aan de buitenkant af te houden. Een meelijwekkend schouwspel: het is dweilen met de kraan open. Zijn folders verdwijnen in een zak of tas en even verderop staat er al weer een volgende toerist bovenop een blok een foto te maken van een monument dat vooral associaties oproept met de grootheidswaanzin van een opgezwollen stad die met zijn poen, poeha en vooral zijn verleden geen raad weet.


Toch is er op de meest onverwachte plek wel aandacht voor de historie. Terwijl een in unifom gestoken student paspoorten vol stempelt met alle mogelijke DDR-stempels en een stel meiden opgewonden rond zijn collega hangt om tegen betaling op de foto te mogen, lezen anderen de tentoonstellingspanelen bij het laatste restantje van de muur, bij het voormalige Check-point Charlie in de Friedrichsstrasse, aandachtig door en zijn onder de indruk.


Wanneer ik Berlijn verlaat over een brede en kilometerslange boulevard wordt me nogmaals de enorme omvang van deze metropool duidelijk. Het duurt uren voordat de bebouwing achter me ligt. Nee, grote steden als deze zijn niet zo aan mij besteed. Op het platteland draaien de windmolens weer hun rondjes en wuiven de velden mij weer toe. Het graan is weer een stukje langer geworden, het leven gaat door. Op naar het bier, de bratwurst en de kartoffelsalat. Toch is het tegelijkertijd of de tijd heeft stil gestaan, de lucht is nog steeds niet opgeklaard en de regen wil maar niet vallen.


Eerst fiets ik nog door Polen en ga dan op weg richting Kiev, een andere grote stad niet ver van Tjernobyl, de plaats waar de bom wel gebarsten is.

1 reactie | reageer

Maria (Stadscamping Deventer)

“Zoek je wat? Afrekenen! Oké kom maar hoor, geen probleem. Het kantoor is gesloten ja maar een beetje flexibel ben ik wel. Zo moet het toch ook? Niet te moeilijk doen. Als je dit even invult. Ik kom hier al 21 jaar. Ik kwam hier nog met de kinderwagen. Op een gegeven moment zag ik het achteruitgaan hier en toen ben ik me er maar mee gaan bemoeien. Nu is het een stuk netter en socialer. Ik woon hier nu zelfs. Eigenlijk ben ik nog wel een bezoeker maar met de sleutels. De groet baas is niet zo'n kampeerder dus dat komt wel goed uit. Mijn caravan staat nu nog naast de ingang maar dat komt omdat het hoge water (van de IJssel HW) net pas weg is. Ik heb een paar sterke mannen nodig die even helpen duwen. Je moet wel oppassen hoor als het hoog water wordt. Dat gebeurt regelmatig. Dan is het de voortent lostrekken en hup over de caravan gooien en wegwezen. Het kan razendsnel gaan. Ze zijn hier nu bezig met het project, Geef de rivier de ruimte. Verderop zijn ze aan het graven en dat gaat allemaal niet zo slim. Ze doen zo'n partij moeilijk. Ook de kade aan de overkant, dat heeft miljoenen gekost terwijl dat gewoon met een paar rijtjes bakstenen zo op te lossen was geweest. Ja toch? Had niet meer dan een ton hoeven kosten. Nu is het zelfs ook zo dat wij hier eerder onder lopen dan voorheen.Met een dertien centimeter lagere waterstand dan voorheen, lopen wij al onder. Ha, laatst was hier een mevrouw met een caravan, die wilde perse een plek met uitzicht op de rivier hebben. Maar dat is wat lastig met al die bomen. Maar 's morgens kwam het water tot aan d'r voordeur. Had ze toch nog haar zin haha! Ik heb het goed hoor hier. Ik heb een uitkeringetje van het GAK en een gratis staanplaats. Ha, geweldig toch? Laat iedereen maar gaan hoor, maar ik steek een dikke middelvinger op naar iedereen!”


PS


Ik ben weer even onderweg, paar maandjes maar naar....?
(En o ja, Maria is niet haar ehte naam)

1 reactie | reageer

Nieuw boek: Wegwerkzaamheden

www.stofvoorthuisblijvers.nl

 

‘Vreemd voelde het soms wel. De demping van het geluid, het ontbreken van een horizon, het gemis van een uitzicht op wat komen ging, zorgden voor het gevoel op weg te zijn naar het onbekende.'

Wegwerkzaamheden is een bundeling van korte reisverhalen en columns. Het merendeel hiervan schreef Harry Wagenaar onderweg tijdens reizen van meer dan een half jaar toen hij naar Afrika in 2004-2005 en Centraal Azië in 2008 fietste. Een aantal is geschreven tijdens kortere fietsvakanties. 

Wagenaar mengt hilarische gebeurtenissen met interessante overpeinzingen. Dat levert verhalen op met zowel zelfspot als zelfreflectie, verpakt in prachtige zinnen. Een reisboek dat als de Mont Ventoux uitstijgt boven het niveau 'we gingen op reis, dronken om elf uur koffie met gebak en kregen om twaalf uur een lekke band'. 

ISBN: 978-90-818174-0-0

Van dezelfde auteur verscheen eerder: 'Afstand, vijf maanden op de fiets door Europa'.

1 reactie | reageer

Volgende pagina »

Laatste reisverhalen

Alle reisverhalen

Laatste foto's

Laatste foto's
Laatste foto's
Laatste foto's
Laatste foto's
Laatste foto's

Moskou

Laatste reacties

Meer reacties

Blijf op de hoogte!

Laat je e-mail achter en ik stuur je een mailtje als ik een nieuw verhaal of nieuwe foto's op de site heb gezet.

E-mail adres: