Ruig op grote hoogte
Bouten, moeren, stukken metaal, ze liggen als moderne fossielen geperst in de restanten asfalt, die de weg nog rijk is. Stille getuigen van de vele pechgevallen, elke vijf kilometer staat er wel een truck stil. Motorpech, lekke banden of erger: complete wielstellen en assen die af zijn gebroken. Gelaten wachten chauffeurs op hulp of sleutelen zelf als dat mogelijk is. Gebrek aan GSM antennes vertragen de boel nog meer. Het is de weg van Osh naar Irkestam waar ondanks de beroerde gesteldheid van het wegdek, goederen vanuit China hun weg vinden. De andere kant op zijn de vrachtwagens leeg, Kirgizstan heeft duidelijk op industrieel gebied niet zoveel te bieden als de grote buur. Mijn fiets die ondanks dat die net als de vrachtwagens, niet zo geschikt is voor dit terrein, blijft heel. Langzaam hobbel ik vooruit. Haast is ook niet nodig en zeker niet gewenst. De hoge ruige pieken rondom zijn het bekijken meer dan waard. Eenmaal boven op een hoogte van meer dan 3000 meter, openbarenzichenorme vlaktes van dor gras waar paarden en schapen nog net het een en ander vanaf weten te knabbelen. Yurds, van schapenvacht gemaakte tenten staan er als verloren paddestoelen middenin. In de verte doemen hoge massieve witte toppen opvan 6 a 7000 meter hoog. Daarwaar enkel op avontuur beluste bezoekers nog een weg proberen te vinden. Dit is een landschap waar ik al lange tijd naar verlang, onvergelijkbaar met wat er eerder op mijn route lag. Halverwege zet ik mijn tent op. Een Yurdbewoner komt langs op zijn paard en bekijkt nieuwsgierig de constructie van aluminium en nylon. Hij knikt goedkeurend, voelt aan de banden van de fiets, veegt het stof eraf op de plaats waar de tekst staat en zegt: Ah, Allemanja (Duitsland) en is opnieuw vol bewondering. En nee, Kitai (China) dat is niets.
Diep kruip ik in mijn slaapzak. 's Morgens is de tent wit van de rijp en het water in mijn flessen bevroren. Onderweg liggen er weer mannen zwart van de olie enthousiast sleutelend onder hun 'Kamaz', kinderen vragen om op de foto te mogen. Nog even en ik daal af naar China. Tegelijkertijd vraag ik me af of het niet beter was geweest om hier langer te blijven. Maar er is geen weg voor een extra ommetje en hopelijk ligt er voor me nog veel meer moois. In ieder geval wel een gladde weg die de kans op pech klein houdt.
Politiestaat
Galandia (Holland) ah, democratia?' vraagt de man aan wie ik zojuist de weg heb gevraagd.
Ik knik, ‘ Democratie ja.'
‘ Uzbekistan, Karimov, dictatoera! Sadam, dictatoera, Stalin,
dictatoera!'
‘Hitler, dictatoera,' doe ik er nog een schepje bovenop.
'Ja,' zegt de man serieus, ‘ Dictatoera.'
Maar aan wat merk je het als reiziger dat je je in een dictatuur bevindt? Karimov zit er
al 17 jaar maar de kans hem te ontmoeten is niet zo groot. De mensen zijn vriendelijk,
maken makkelijk contact en zijn nieuwsgierig naar wie daar nu weer op een fiets voorbij
komt. Van angstig terug getrokken mensen is in het geheel geen sprake.
De bureaucratie op de grens was het eerste dat te denken gaf. Een uitgebreide controle en
formulieren in veelvoud, het was te bizar voor woorden. Daarnaast zijn er de verplichte
overnachtingsregistraties. Er doen verschillende verhalen de ronde over hoe er mee om te
gaan. Ik kampeer als het zo uit komt en gelukkig werd net na de grens dit door de politie
niet echt als een problem gezien.
De vele roadblocks onderweg geven meer te denken. Maar ik mocht keer op keer gewoon
doorfietsen. Vragend keek ik keer op keer om me heen: ‘Mag ik er langs?' Een enkele keer
slechts werd ik gevraagd even te stoppen maar het bleek meer belangstellend te zijn dan
serieuze controle. ‘ Hallo, waar kom je vandaan, waar ga je naartoe en goh, helemaal op
de fiets?' Maar dan is er het moment dat al die politieposten me niet meer interesseren.
Ik wil vandaag Tashkent bereiken, even geen tijd en geen zin en ze stoppen me toch niet.
Zonder te remmen wurm ik me langs een hek, daar waar het autoverkeer niet mag komen en de lastige verkeersdrempel kan worden vermeden. ‘Ho,' bast een stem uit een groen uniform,
‘Paspoort.' Met een chagrijnig gezicht overhandig ik het gevraagde document. ‘Er mist een
dag in je registratie.' ‘Ja,' zeg ik, ‘even geen hotel, chador, palatka (tent) en wijs op
de rol achterop de bagagedrager. ‘Hmm,' mompelt de man en geeft me het paspoort terug.
Snel stap ik weer op, bureacraten heb ik de laatste tijd al te veel gezien. Te snel. ‘Ho,
terugkomen!' brult de man. Tassen openmaken. Met een gemaakte glimlach open ik ze. De
man grabbelt tussen de plasticzakken met etenswaren, gereedschap en kleding. Wat is dit,
wat is dat en dit?' Quasi geduldig geef ik antwoord. Drugs, stapels dollars en munutie
zitten er toch niet in.
Bij de volgende post zal ik weer even moeten zwaaien of handen schudden als dat zo
uitkomt. Het bevestigd weer eens mijn idee dat je met positiviteit het verst kunt komen.
Daarbij eerlijkheid en een beetje naiviteit werken doorgaans erg goed. En ik denk weer
terug aan de man op straat met zijn duidelijke mening. Ik geef hem gelijk, 'Oezbekistan:
Dictatoera,' maar toch niet op de manier zoals je je er vooraf een voorstelling van maakt.
De woestijn van vijf
Het was ooit mogelijk zeven dagen vrij toegang te krijgen tot een land
dat eigenlijk liever geen toeristen zag komen, of misschien wel tien
als je wat extra dollars onder de tafel doorschoof. Maar de consul in
Mashhad was niet te vermurwen: vijf dagen transitvisum, ook voor
fietsers. ‘Anderen kunnen het, dus jij ook,' zei hij.
Vijf dagen wachten tot het klaar was. Kosten 55 dollar.
Vijf, het nieuwe heilige getal? Het is alsof de duivel er mee speelt,
ik heb wind tegen op de open vlaktes. Windkracht vijf zou het best wel
eens kunnen zijn al is dat natuurlijk altijd nog beter dan windkracht
zeven. Doorgaan en niet stoppen is het parool. En ook de zon is
medogenloos. Om vijf uur opstaan is de enige mogelijkheid om de hitte
en de wind die dan nog niet waait, te kunnen vermijden.
Groen is het land aanvankelijk, ten gevolge van een uitgebreid
irrigatienetwerk, overgaand in zand met dorre struiken. Tractoren op
drie wielen, samen met een ploeg erchter maakt dat weer vijf. Lada's en andere
Russische voertuigen verplaatsen zich over de wegen, incusief het
reserve wiel: jawel, vijf wielen. Het laat me niet los. Gelukkig heb ik
er nog steeds twee.
Vrouwen vragen om op de foto te mogen. Kleurrijke jurken dragen ze en
met goud bedekte tanden sieren hun mond, ijdelheid is hier niet vreemd.
Mary is een van de twee steden op de route. Witte gebouwen, brede
boulevards naar Russisch model, enorme pleinen met standbeelden in
brons en goud ter ere van de dictator. Het moet slechts een slap
aftreksel zijn t.o.v. wat er in de hoofdstad Ashgabad te zien is. Het
gedisciplineerde verkeer, de ruimte en de relatieve rust, het bevalt me
wel, een welkome afwisseling na de drukte en de chaos van Iran. Maar
tijd om te stoppen heb ik niet: Ik moet door, steeds maar weer door.
Over asfalt met grote hobbels gaten en kuilen, door wolken opgeworpen
stof, even zo stoffige dorpen, langs limonadekramen, kamelen en
vriendelijke mensen waaronder zelfs een paar prostituees die enkel en
alleen maar met me op de foto willen. (Ja echt waar!)
Vijf dagen woestijn, afgesloten met minstens vijf loketten bureacratie.
Voor me ligt Oezbekistan. Het is mogelijk zei de consul in Mashhad, hij
heeft gelijk gekregen maar meer dan een vijf krijgt hij niet van mij op
zijn rapport. Het ging me net even te snel
Bedevaart
Heel veel mensen onderweg raadden het me af: 'Mashhad?' nee, daar moet je niet naar toe gaan, veel te grote stad waar niets te beleven valt, enkel religieus: Iman Reza, daar heb je niets te zoeken. Esfahan, Shiraz, Yazd, dat zijn de plaatsen waar de echte geschiedenis en cultuur van Iran liggen!' Iran, een wonderlijk land waar zo vreselijk veel vooroordelen over bestaan. Hoe had ik ooit kunnen denken dat dit in de praktijkvoor wat betreft godsdienst mischien nog wel liberaler te noemenis dan Turkije? De moskeeen zijn hier lang niet zo talrijk en het geluid dat eruit vandaan schalt is slechts een fractie t.o.v. het buurland. De meeste mensen bezoeken de moskee niet, uit protest tegen het regeringsbeleid, enkel ouderen komen er nog. Maar toch, hoe graag ik ook naar Esfahan zou willen, ik doe het niet, het is er me momenteel te heet. Bovendien, en dat is het belangrijkste, mis ik nog een visum voor Turkmenistan en dat valt toevallig ook in Mashhad te verkrijgen.
Het Iman Rezacomplex is de heiligste plek in Iran. Een bedevaartsoort waar miljoenen pelgrims per jaar, uit diverse landen,naar toe komen. was het christelijk geweest, dan had ik het niet bezocht, ik heb daar genoeg van gezien, maar de Islam is mijn geloof nooit geweest, dat maakt het anders. Eigenlijk mag ik als ' heiden' niet naar binnen. Maar gekleed in een lange broek en overhemd, blijkt het geen enkel probleem en blonde moslims bestaan ook. Een enorm plein strekt zich voor mij uit, omgeven door diverse complexen waarvan een deel in aanbouw is, het is nog niet groot genoeg. Diverse poorten bieden toegang tot het centrale deel. De houten deurposten bevatten diepe slijtageplekken ten gevolge van de vele handen die er langs zijn gestreken. De houten deuren worden gekust. Een man komt huilend naar buiten; op kleden biddenenorme hoeveelhedenmensen; een lijkkist wordt naar binnen gedragen; nog meer huilende mensen; een man ligt naast zijn opengeslagen Koran te slapen en verschillende mensen maken foto's terwijl dat eigenlijk niet mag. Onder de gouden koepel bevindt zich de heiligste plek: het graf van Imam Reza. Mensen, mannen vooral, dringen zich naar voren: Aanraken, kussen huilen, schreeuwen en bidden. Hier is het, ik ben er! Allah! Groene lappen worden naar voren geworpen en belanden bovenop het enorme graf. De ruimte zelf is een pracht en praal van goud, zilver en kleurrijk geglazuurde mozaieken en bovenal spiegeltegels. De zalen ernaast doen er nauwelijks voor onder. Enorme kroonluchters hangen er aan de plafonds. Hoe krijg je mensen gek? Overdonderend is een eufemisme!
Bij de uitgang kijk ik nog een keer achterom en ik bedenk me dat er mensen zijn die honderden kilometers hebben gelopen om hier te komen. Ik heb er 8000 kilometer voor gefietst. 'Beste Imam Reza,' mompel ik voor me uit,'geef me alsjeblieft zo snel mogelijk een visum voor Turkmenistan.' Moet toch wel lukken als je hier geweest bent zou je zo denken.
Boos
De stroom is uitgevallen en de Consul is er niet. Onverrichter zake keer ik vanuit het consulaat van Oezbekistan weer terug naar mijn hotel. Met de metro en bij gebrek aan aansluitend openbaar vervoer, met de taxi.
Slalommend door het drukke verkeer wordt elk gaatje dat er is benut. Daar waar drie rijbanen zijn passen toch makkelijk vier rijen auto's? Rechts inhalen, over een busbaan tegen de rijrichting in en verderop de rij weer in persen waarbij een medeweggebruiker zonder pardon wordt gesneden? Het lijkt allemaal heel normaal en wonderlijk genoeg, niemand maakt zich er druk om, ook de politie niet en niemand wordt boos.
In de metro tijdens de spits gaan minder mensen dan er aanbod is. Gelaten wachten degenen die niet meer meekunnen op het volgende treinstel. En als de deuren daarvan open gaan persen met geweld de van het zweet glibberende lijven zich naar binnen. Flink duwen en trekken, natuurlijk, dat hoort erbij. Maar ook in dit geval is er niemand die boos wordt of laat staan een klap uitdeelt.
Wanneer ik op het station een kaartje voor de trein terug naar Gorgan probeer te bemachtigen wordt ik door een hulpvaardige man de rij doorgedrukt. Ik mag eerst! Bij het eerste loket vang ik bot: De kaartjes zijn op. Bij het tweede loket wordt gezegd dat ik later nog eens moet proberen als er mogelijk iemand geannuleerd heeft, maar 30 seconden later is er als uit het niets opeens een eerste klas kaartje. Mensen zijn verbaast dat mij dat lukt, rijen wachten mogelijk voor niets en ik heb beet! En wonderlijk genoeg ook nu wordt niemand boos!
Een dag later, terug bij het consulaat lijkt alles op rolletjes te lopen. Ik vul de formulieren in, geef de pasfoto's en uitnodigingsbrief af, zet handtekeningen en 'over een uur is alles klaar,' zegt de vriendelijke dame acher het loket. Maar over een uur is er helemaal niets klaar. De Consul is wederom verdwenen en of ik dan maar over twee dagen terug wil komen! Even ben ik stil en wordt dan boos! 'Gaat u mijn hotelrekeningen en taxi's betalen?' Bijt ik haar toe. De dame kan er ook niets aan doen en geeft me het telefoonnummer van de consul. Die mag ik vanavond bellen. Bij een temperatuur van een graad of 36 kruipen de uren voorbij. In de pizzeria, in de schaduw van de bomen in het park en in het gelukkig koele internetcafe. Om zes uur tref ik de plaatsvervangend consul, een allervriendelijkste jonge man die met hulp van de secretaris mijn papieren in orde maakt. Mijn boosheid verdwijnd als sneeuw voor een brandende zon en maakt plaats voor euforie. Ik heb een visum! Boos worden is nergens goed voor!
Leven als God in Iran
Joods brood in Iran
Langs een kleurrijk lint van wachtende vrachtwagens, rijd ik onder de portretten van Khomeini en Khamenei door, Iran binnen, zonder er in eerste instantie erg in te hebben over een op het asfalt geschilderde Israelische vlag! Een aanmoediging in een wielerwedstrijd? Nee natuurlijk niet. Dit is Iran! De toon lijkt gezet, en helemaal wanneer ik in Maku tegen twee vrouwlijke etalagepoppen aanloop met maar een half hoofd. De manlijke variant staat er naast, compleet met een keurig geknipt baardje. 'Leuk,' reizen door Iran, of is de werkelijkheid toch iets anders?
Bij de bakker koop ik brood, althans dat was de bedoeling. Een flinke groep in het zwart geklede vrouwen zit op de grond, in afwachting van het brood dat nog vanaf de lopende band de oven uit moet rollen. Platte lappen van het formaat waarmee een flinke fabriekshal, moeiteloos zou zijn aan te dweilen. Dubbel gevouwen worden ze op opgestapeld. Mij blijft het wachten bespaard. Het is hier in Iran niet veel anders dan Turkije: Als bezoeker heb je grote privileges. Door een van de mannen word ik naar voren gedirigeerd en krijg een stapel lappen in mijn handen geduwd, voldoende om een week van te kunnen eten. En...zonder ervoor te hoeven betalen!
Is dit de as van het kwaad? Niets lijkt erop te wijzen dat deze mensen hun regering een warm hart toedragen. Maar wat kan je ertegen doen? In Tabriz zijn er subtiele protesten waarneembaar. Een kledingwinkel heeft enkel halfhoofdpoppen aangeschaft en deze mannenkleren aangertrokken. Ener lopen jonge vrouwen op straat die de hoofddoekjes zo ver mogelijk naar achter op hun hoofd hebben geknoopt dat de oren nog maar net bedekt zijn. Een strakke spijkerbroek onder een jas die ook maar net aanlang genoeg, zegt al even zoveel. Het zijn slechts degenen met lef.
Achter op mijn fiets heeft de stapel brood een afbakproces ondergaan waardoor het de constitutie heeft gekregen van van een nogal uit de kluiten gewassen pak Hollandia matzes, die in Nederland altijd zo rond pasen in de winkels ligt. Maar was dat brood niet vanwege de viering van het joods paasfeest? De herrinnering aan de tijd dat de Joden Egypte verlieten en enkel ongezuurde broden mee mochten nemen? Zou het hier dan toch nog goed komen? Joods brood in Iran!
Propaganda
'Wat zit erin?' begrijp ik uit de vraag die me wordt gesteld. 'Niets bijzonders, wat papierwerk en een cd met foto's.' Van de man achter het loket krijg ik een bonnetje uitgereikt met daarop een nummer. Daarmee valt op internet te zien of het onderweg is of niet. Achter me duikt een man op die een en ander voor me vertaalt. 'Deze man zegt dat hij de Turken niet zo mag,' zegt hij, 'Ze controleren alles.' 'Ah hij is van de PKK,' flap ik eruit. Verschrikt kijken de mensen achter de loketten speurend om zich heen. 'Sstt,' zegt de man, 'anders komt de politie en wordt ik straks gearresteerd.'
Mijn vertaler nodigt me uit op de thee. 'Vrijwel iedereen is hier Koerd, behalve de politie, onderwijzers en zo,' zegt hij. 'Kınderen leren bijvoorbeeld alleen maar Turks op school waardoor ze hun eigen ouders soms nauwelijks kunnen verstaan. En dat terwijl net iets minder dan de helft van de bevolking Koerdisch is.' Eerder nog had ik een junge Turk gesproken die vol bravour zei dat de PKK bijna dood is en dat het hele slechte mensen zijn die vrouwen en kinderen vermoorden.
Ik krijg een videofilm te zien met toeristische informatie over de streek: Het Van-meer met zijn schone water, de berg Ararat waar Noach zijn ark zou zijn aangeland en de weerbaarheid van de mensen in dit groene maar 's wınters o zo koude land. Propaganda, gaat er onderwijl door me heen. Onderweg zag ik de schamele woningen van de mensen, uit betonblokken gemetselde hutten en ontmoette ik regelmatig om geld bedelende kinderen.
Morgen rijd ik Iran binnen en ik besef meer dan ooit dat in iederland propaganda aanwezig is. Want wat weet de gemiddelde Nederlander nou van Iran? As van het kwaad, Ayatollas, handen afhakken en nog meer horrorverhalen. Van mensen die er geweest zijn weet ik dat de dagelijkse praktijk geheel anders is, hoe slecht het regime tegelijkertijd ook mag zijn. De politiek laat ik daarom liever zo veel mogelijkvoor wat die is, al zal er net als hier in Turkije misschien niet helemaal aan te ontkomen zijn.